Veel gestelde vragen (FAQ)
- Hoe vaak moet ik de HemoCue® Analyzer kalibreren?
- Hoe vaak moet ik de cuvettehouder reinigen?
- Hoe vaak moet ik de optische unit van de HemoCue® Analyzer reinigen?
- Hoe vaak moet ik de controlecuvette reinigen?
- Hoe bewaar ik mijn HemoCue® glucose microcuvetten?
- Ik ben de controlecuvette kwijt! Wat moet ik doen?
- De controlecuvette geeft niet de juiste waarde. Wat moet ik doen?
- De controlecuvette is kapot. Wat moet ik doen?
- De waardes van de controlevloeistoffen zijn te hoog of te laag. Wat moet ik doen?
- Wat moet ik doen als de HemoCue® Analyzer een errorcode aangeeft?
- Wat is een goede kwaliteitscontrole?
- Welke level controlebloed moet ik gebruiken?
- Waarom is er soms een verschil tussen de HemoCue Glucose resultaten in vergelijking met het laboratorium?
- De controlevloeistof is 24 uur opgeslagen geweest bij kamertemperatuur. Wat moet ik doen?
Hoe vaak moet ik de HemoCue® Analyzer kalibreren?
De HemoCue® systemen zijn vanaf de fabriek gekalibreerd en hebben verder geen kalibratie nodig.
Hoe vaak moet ik de cuvettehouder reinigen?
Als de cuvettehouder is vervuild, dan reinigt u de houder met alcohol of een milde zeepoplossing. U trekt de cuvettehouder uit de analyzer, u reinigt deze en u zorgt dat alles goed droog is als u de cuvettehouder terugplaatst.
Hoe vaak moet ik de optische unit van de HemoCue® Analyzer reinigen?
De reiniging is afhankelijk van de mate van gebruik of vanwege wettelijke voorschriften. Reinig de optische unit met de HemoCue® Cleaner.
Let op: Het optisch gedeelte niet openmaken.
Volg de instructies van de HemoCue® Cleaner verpakking voor gebruik.
1. Schakel de analyzer uit en verwijder de cuvettehouder uit de analyzer, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing.
2. Neem de cleaner uit de verpakking.
3. Voer de cleaner in de optische unit en schuif deze vijf tot tien keer heen en weer.
4. Inspecteer de cleaner. Als aan de cleaner bloedresten zitten, herhaal dan de procedure met een schone cleaner.
5. Wacht 15 minuten voor ingebruikname.
6. Plaats de cuvettehouder terug in de analyzer, deze moet volledig droog zijn.
7. Controleer de analyzer m.b.v. de controlecuvette B-Glucose.
Waarschuwing: de cleaner niet hergebruiken.
Hoe vaak moet ik de controlecuvette reinigen?
B-Glucose: Reinig de controlecuvette als de verkregen waarde afwijkt van de waarde op het controlecuvettekaartje.
Reinigen van de controlecuvette:
1. Dompel een wattenstokje in alcohol of isopropanol (zonder toevoegingen).2. Reinig de controlecuvettefilter voorzichtig.
3. Veeg vervolgens deze filter droog met een schoon en droog wattenstokje.
4. Kijk of de controlecuvettefilter schoon is. Zo niet, herhaal dan de procedure.
Hoe bewaar ik mijn HemoCue® glucose microcuvetten?
Glucose
Het reagens in de HemoCue® microcuvette is gevoelig voor vocht. Sluit daarom het deksel direct als u een cuvette heeft gepakt. De kleur van het reagens is, in droge vorm, lichtgeel. Als u de microcuvetten niet volgens de voorschriften bewaart, dan krijgen deze een bruine of blauw-bruine kleur en moet u ze weggooien. Omdat deze testmethode gebaseerd is op een fotometrische meting, dient u de cuvette niet aan de vulpunt vast te pakken. Veeg ook eventuele bloedresten aan de buitenzijde van de cuvettepunt af. Alle ongebruikte microcuvetten moet u bewaren in de originele verpakking. Gebruik de HemoCue® glucose microcuvetten voor de vervaldatum. De vervaldatum staat op de verpakking.
Het reagens in de HemoCue® microcuvette is gevoelig voor vocht. Sluit daarom het deksel direct als u een cuvette heeft gepakt. De kleur van het reagens is, in droge vorm, lichtgeel. Als u de microcuvetten niet volgens de voorschriften bewaart, dan krijgen deze een bruine of blauw-bruine kleur en moet u ze weggooien. Omdat deze testmethode gebaseerd is op een fotometrische meting, dient u de cuvette niet aan de vulpunt vast te pakken. Veeg ook eventuele bloedresten aan de buitenzijde van de cuvettepunt af. Alle ongebruikte microcuvetten moet u bewaren in de originele verpakking. Gebruik de HemoCue® glucose microcuvetten voor de vervaldatum. De vervaldatum staat op de verpakking.
Opslag van de HemoCue® Glucose Microcuvetten:
De opslagcondities van de microcuvetten vindt u in de bijsluiter. Lees voor gebruik altijd de bijsluiter. Ga naar de Technische Specificaties voor de opslagcondities.
Ik ben de controlecuvette kwijt! Wat moet ik doen?
HemoCue® B-Glucose:
De controlecuvette is specifiek voor één analyzer. Als u deze kwijt bent, neem dan contact op met uw HemoCue® leverancier.
De controlecuvette geeft niet de juiste waarde. Wat moet ik doen?
HemoCue® B-Glucose:
De controlecuvette bevat een optische interferentiefilter, de controlecuvette wordt gebruikt ter controle van de stabiliteit van de kalibratie. De verkregen waarde mag niet meer afwijken dan de opgegeven waarden op het controlecuvettekaartje.
Glucose: +/- 0.3mmol/L (6mg/dL).
Zorg ervoor dat de analyzer en het controlecuvette schoon zijn.
Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing.
De controlecuvette is kapot. Wat moet ik doen?
HemoCue® B-Glucose:
De controlecuvette is specifiek voor één analyzer. Als deze kapot is, dan neemt u contact op met uw HemoCue® leverancier.
De waardes van de controlevloeistoffen zijn te hoog of te laag. Wat moet ik doen?
Het systeem kunt u controleren met volbloed, hemolysaat, plasma, serum of u baseert uw controles op water.
Waarschuwing! De meeste volbloedcontroles voor glucose bestaan uit vaste erytrocyten (humaan of dierlijk). Deze zijn niet geschikt, omdat de erytrocyten niet zijn te hemoliseren. Er bestaat veel verschil in de manier van productiemethoden, ook voor de controlevloeistoffen.
Controleer de vervaldatum en opslag van de controlevloeistoffen en -cuvetten. Ze kunnen te oud zijn, beschadigd zijn of verkeerd opgeslagen zijn.
Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing.
Wat moet ik doen als de HemoCue® Analyzer een errorcode aangeeft?
Als er een errorcode verschijnt, raadpleeg dan het hoofdstuk "foutmeldingen"in de desbetreffende gebruiksaanwijzing.
Wat is een goede kwaliteitscontrole?
Kwaliteitscontrole, die u bij voorkeur regelmatig uitvoert, verifieert de functie van het systeem en waarborgt betrouwbare patiëntenresultaten. De frequentie van kwaliteitscontrole hangt af van een aantal factoren zoals het aantal patiënten monsters en lokale regelgeving.
De HemoCue® Glucose 201+ / 201 RT Analyzer heeft een interne elektronische “zelftest”. Zodra u de analyzer aanzet, verifieert het automatisch de werking van de optische unit van de analyzer. Als de analyzer aanblijft staan, dan wordt deze test elke twee uur uitgevoerd.
De functie van de HemoCue® B-Glucose Analyzer controleert u op de dagen van het testen door de ingesloten controlecuvette te meten. De controlecuvette bevat een optische interferentie filter, die u dagelijks kunt gebruiken ter controle van de stabiliteit van de kalibratie. De verkregen waarde mag niet meer afwijken dan de opgegeven waarden op het controlecuvettekaartje.
De controlecuvette is specifiek voor een analyzer d.w.z. het serienummer op de controlecuvette is gelijk aan die van de analyzer.
Het is goed de functie van het HemoCue® systeem voor gebruik dagelijks te controleren. U controleert het volledige systeem (zowel het instrument als de microcuvetten) door de controlevloeistoffen te gebruiken.
De HemoCue® systemen zijn ontwikkeld correcte resultaten op vers volbloed weer te geven. De commercieel beschikbare kwaliteitscontroleoplossingen, kunnen verschillen van vers volbloed. Zij variëren in samenstelling, zijn gestabiliseerd en bevatten conserveringsmiddelen of andere toevoegingen die onjuiste waardes kunnen veroorzaken. HemoCue® adviseert u daarom kwaliteitscontroles te gebruiken met vastgestelde waarden die specifiek voor het HemoCue® systeem zijn. Voor geschikte controlevloeistoffen, zie kwaliteitscontroles.
De kwaliteitscontroles dienen binnen de toegewezen gebieden te vallen. Als de resultaten buiten dit gebied vallen, moet u de lokale richtlijnen voor foute kwaliteitscontroles volgen.
Externe kwaliteitscontrole kan lokaal, nationaal of internationaal zijn. De controlemonsters met onbekende waarden worden gestuurd aan deelnemers voor analyse. De medewerkers die gewoonlijk de patiëntenmonsters testen moeten de externe controleoplossing gebruiken op dezelfde manier als testen bij echte patiënten. De resultaten worden dan gewoonlijk gerapporteerd als aanvaardbaar of onaanvaardbaar op basis van het gemiddelde tussen resultaten gemeld door deelnemers en verwijzingslaboratoria. Neem voor meer informatie over beschikbare “rondzending tests”, contact op met de nationaal bevoegde instantie.
Voor verdere informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing.
Welke level controlebloed moet ik gebruiken?
Het is praktisch en relevant een controlemonster te gebruiken met ongeveer dezelfde uitslag als de patiëntuitslagen.
Volg daarvoor uw interne kwaliteitscontrolevoorschriften.
Waarom is er soms een verschil tussen de HemoCue® Glucose resultaten in vergelijking met het laboratorium?
Een aantal factoren kan het resultaat van een vergelijking tussen twee glucosemeetmethodes beïnvloeden. Voor de beste resultaten overweegt u de volgende factoren alvorens een evaluatie te beginnen:
- glycolyse
- het type monster (veneus, arterieel, capillair, plasma of volbloed)
- analytische methode
Glycolyse:
Als u bloedmonsters verzamelt en verzendt naar het laboratorium in een buis, dan gebruiken de cellen in het monster glucose. De glucoseconcentratie zal met ongeveer 0,5 mmol/L per uur (9 mg/dL per uur) afnemen afhankelijk van het hematocriet, de temperatuur en het mengen.
De gebruikelijke conserveringsmiddelen, zoals sodiumfluoride stoppen pas na twee uur de glycolyse. Als u het monster niet onmiddellijk analyseert of centrifugeert, dan is het waarschijnlijk dat het resultaat door glycolyse wordt beïnvloed, d.w.z. u meet een te lage waarde.
Het type monster:
In een niet-nuchtere staat, zijn de arteriële en capillaire glucosewaarden ongeveer 8% hoger dan de waarden van de veneuze bloedglucose. In een nuchtere staat kunt u deze verschillen over het algemeen negeren.
In een niet-nuchtere staat, zijn de arteriële en capillaire glucosewaarden ongeveer 8% hoger dan de waarden van de veneuze bloedglucose. In een nuchtere staat kunt u deze verschillen over het algemeen negeren.
De HemoCue® glucosesystemen meten de glucoseconcentratie in volbloed. Vele laboratoriummethodes meten de glucoseconcentratie in plasma. Bij normale hematocrietwaarden zijn de plasmaglucose 10-15% hoger dan volbloedglucose.
Analytische methode:
Er is geen internationaal erkende referentiemethode voor de bepaling van glucose. De variaties in de routine voor kalibratiebepaling kunnen verschillen tussen methodes veroorzaken. De HemoCue® glucosesystemen zijn vanaf fabriek gekalibreerd volgens de natchemische glucose dehydrogenase methode. Daarom is herkalibratie niet nodig.
Er is geen internationaal erkende referentiemethode voor de bepaling van glucose. De variaties in de routine voor kalibratiebepaling kunnen verschillen tussen methodes veroorzaken. De HemoCue® glucosesystemen zijn vanaf fabriek gekalibreerd volgens de natchemische glucose dehydrogenase methode. Daarom is herkalibratie niet nodig.
Meer informatie?
Wij geven u graag meer informatie over deze of andere vragen. U bereikt ons via:
Mist u informatie op onze website?

